Wie zegt dat de verdediging van goede opzeggingstermijnen slechts een zaak van of de bedienden of de arbeiders is wil de werknemers verder blijven verdelen. Elke achteruitgang op het gebied van opzegging is een verlies voor alle werknemers. Arbeiders en zelfs (contractuele) werknemers in de openbare diensten hebben niets te winnen met mindere opzeggingstermijnen voor bedienden.
Een compromis, met een lagere opzegtermijn voor bedienden betekent voor de arbeiders dat ze hun gerechtvaardigde hoop op een betere bescherming qua opzeg, zoals het ACV eist (één maand per jaar anciënniteit met een minimum van 3 maanden) voorgoed mogen vergeten. Als de bedienden hun opzegtermijn verminderd zien weet iedereen dat dit dossier voor goed begraven is.
In tal van sectoren hebben de arbeiders al eerste stappen tot verhoging van de opzegtermijnen gezet en gerealiseerd. In sommige sectoren zijn de opzegtermijnen van de arbeiders afgestemd op of gelijk aan deze van de bedienden. Voor deze arbeiders betekent een harmonisering naar beneden dus ook een inlevering. En dat is des te erger omdat in tal van gevallen de arbeiders die conventionele verhoging hebben verworven door van andere eisen af te zien. Ze hebben dus die verhoging al zelf ‘betaald’.
Hoe dan ook zal een “gesubsidiëerde mini opzeg”, zoals de werkgevers eisen, een gigantische achteruitgang betekenen. Het is een brutale verhoging van de onzekerheid. Hypocrieten zullen de werknemers trachten te overtuigen dat die nieuwe regeling slechts voor ‘nieuw aangeworvenen’ zal gelden en dat de verworven rechten overeind zullen blijven. Alsof de mobiliteit en dus het wisselen van werkgevers, wat volop bepleit en georganiseerd wordt, niet heel snel van die verworven rechten niets zal doen overschieten. Kortere opzegtermijnen zullen overigens die wisseling van jobs en ontslagen juist doen toenemen, vooral als niet de werkgever, maar de sociale zekerheid die opzeg eigenlijk betaalt.
En wat met de ambtenaren? Zullen zij dat slechts van de zijlijn zien gebeuren? Uiteraard niet, integendeel zelfs. In nogal wat gevallen hebben de contractuele werknemers de plaatsen van vastbenoemde en tegen ontslag beschermde ambtenaren ingenomen. Voor die contractuelen gelden immers de regels van de privésector. Een soepeler ontslagregeling zal die trend alleen maar versterken. Dat is in het nadeel van veel contractuele werknemers, maar ook van de ambtenaren. Hun statuut dreigt het volgende te zijn dat voor een “harmonisering naar beneden” in aanmerking zal komen.
Kortom, de werknemers zullen rechtstreeks via grotere contractonzekerheid en via de sociale zekerheid de prijs betalen van de werkgeverseisen.