De sociale zekerheid wordt uitgemolken

Naast de werknemer is er één grote extra verliezer: de sociale zekerheid.

Als de opzeggingtermijnen lager zijn ontvangt de SZ niet alleen minder inkomsten uit bijdragen. Ze zal ook wel sneller werkloosheidsuitkeringen moeten betalen. 4 tot 6 maal sneller dan voorheen.


Laten we een concreet voorbeeld bekijken.


Minder inkomsten voor werknemer, SZ en fiscus


Een bediende met 12 jaar anciënniteit en een brutoloon van 2 600 Euro heeft een opzeggingtermijn van 9 maanden.

Met een werkende partner betekent dit:


9 x 2 600 € = 23 400 € brutoloon

9 x 1 575 € = 14 175 € nettoloon


De werknemer betaalt 9 x 339,82 € = 3 058,38 € bijdrage sociale zekerheid en

9 x 23,11€ = 207,99 € bijzondere bijdrage.

De werknemer betaalt ook 9 x 662,79 € = 5 965,11 € belasting (bedrijfsvoorheffing)

De werkgever betaalt 9 x 882,44 € = 7 941,96 € patronale SZ-bijdrage.


Elke maand minder opzegging betekent dus voor de SZ een minder inkomst van

339,82 + 23,11 + 882,44 € = 1 245,37 €

Elke maand minder opzegging betekent voor de fiscus een minder inkomst van 662,79 €.

De "gemeenschap" verliest per maand minder dus een inkomen van

1 245,37 € + 662,79 € = 1 908,16 €.


De bediende (uit ons voorbeeld) verliest per maand

1 575 € (nettoloon van 2 600 € bruto) – 1.109,48 € netto werkloosheidsuitkering (1 324 € min 10,09% bedrijfsvoorheffing) = 465,52 €.

En dan is het vakantiegeld en de dertiende maand nog niet verrekend.


Meer uitgaven voor de werkloosheid


Als de werkgevers hun zin krijgen zal de bediende met 12 jaar anciënniteit niet na 9 maanden maar na 2,5 à 3 maanden werkloosheidsuitkeringen ontvangen … omdat de opzeggingstermijn en de netto ontslagpremie over slechts 2,5 à 3 maand lopen.

Om de werkgevers goedkoper te laten ontslaan moet de RVA dus minstens 6 maanden
1 324 € = 7 944 € betalen.